Jullie hebben het even zonder mij moeten doen, maar ik heb niet stilgezeten. Integendeel. Ik kreeg de geest en vond dat ik maar eens moest gaan meedoen met een paar schrijfwedstrijden. Alleen zat de ene wedstrijd nogal tegen de deadline aan toen ik hem ontdekte, en was een verhaal van 8000 tot 10000 woorden vereist. Dat is gelukt, maar het kostte even tijd. En dan moet je het verhaal nog laten controleren en beoordelen door vrienden en familie om uit te vinden of het wel spannend genoeg is, of ze de clou niet te veel zien aankomen (of te onlogisch vinden) en om de puntjes op de i te zetten. Gelukkig vonden ze het allemaal goed en leuk en spannend, behalve dochter A. die het wel leuk vond, maar meer een kinderboek ('zoiets als De Olijke Tweeling') en niet spannend genoeg ('er gebeurt niks engs in'). Bovendien zouden er meer dwaalsporen in het verhaal moeten zitten, vond ze. Nou kan het komen omdat zij al wist wat het plot was, dat leest toch heel anders. Maar toch hoop ik dat de jury niet bestaat uit zeventienjarigen.

Na dat verhaal heb ik nog twee columns geschreven voor een columnwedstrijd; mijn laptop heeft overuren gedraaid deze dagen. En nu roept de huishoudelijke plicht weer. Want de afwas stond tot het plafond de afgelopen week, en met het gezond eten heb ik ook een beetje de hand gelicht. En heel tactisch zei (wederom) dochter A. toen tot haar vader: "Ja pap, als mama schrijfster wordt leven we voortaan altijd zo..."

Onderstaande schreef ik voor schrijverspunt.nl. Ik heb het met een paar aanpassingen hier geplaatst, zodat jullie vandaag ook wat te lezen hebben. ;-)

Als klein kind al wilde ik schrijfster worden. Ik verslond boeken - in de zomervakantie las ik rustig veertig stuks - en als ik een bijzonder mooi boek las, raakte ik meteen geïnspireerd en deed dan ook pogingen tot 'schrijfster zijn'. Verder dan wat Leni Saris-achtige misbaksels en een prijswinnend verhaal voor de Tikker ben ik toen niet gekomen. Inmiddels weet ik dat men geen schrijver 'wordt': je schrijft of je schrijft niet. En ik schrijf dan wel, en veel ook, maar een boek is er nog niet van gekomen. Ik heb nog geen verhaal waarvoor het de moeite waard is bomen om te hakken - wat volgens Renate Dorrestein een van de dingen is die je jezelf moet afvragen wanneer je overweegt een boek te schrijven. Als ik nooit een boek zal schrijven, ligt dat beslist aan Renate.

Misschien kan ik ook maar beter een uitmuntend lezer zijn dan een slecht schrijver. Want dat ik geniet van goed geschreven boeken wil niet zeggen dat ik zelf ook zo'n goed boek zou kunnen schrijven. Eigenlijk, bedacht ik een tijdje terug, zou ik waarschijnlijk beter 'lezer' van beroep kunnen worden. En daar begint het nu ook op te lijken. Als recensent heb ik de afgelopen tijd een aantal boeken mogen lezen en beoordelen. Dat is geweldig om te doen. Er is beslist veel talent, ook onder schrijvers die zelf hun boek uitgeven. Maar al lijkt een recensie schrijven een eenvoudig werkje, dat is het niet. Want wat schrijf je als het verhaal geweldig is maar de spelling abominabel? En wat moet je als een boek in grote lijnen goed geschreven is maar stijl en grammatica behoorlijk overhoop liggen? Of als de punten en komma's lukraak lijken te zijn neergezet? Aangezien zo'n boek dan al gedrukt is valt daar niet veel meer aan te veranderen natuurlijk, dus hooguit kun je de schrijver wat tips geven voor zijn of haar eerstvolgende boek. (Dat over het algemeen al onderweg is - verbazingwekkend hoeveel inspiratie er in Nederland heerst!)

Het is ook niet makkelijk. Wie schrijft - en hoopt gelezen te worden - moet behalve een goed verhaal minstens een beetje taalgevoel hebben. En was dat nou maar alles. Maar je taalgevoel brengt je niet zo heel ver meer wanneer je examentijd twintig jaar geleden was. Voorbeeldje: Ik was zelf het type van tienen voor dictees (en enen voor wiskunde, het voorbeeld was niet bedoeld om te pochen), maar nadat ik van school was hebben ze achter mijn rug om de regels veranderd. En zoals mijn oma in de jaren '80 nog stug 'bosschen' en 'menschen' schreef - waar wij dan heimelijk wat om lachten - zal ik wellicht zelf 'panne(n)koeken' verkeerd schrijven en het mikpunt van spot zijn voor mijn kinderen omdat ik het idee van de tussen-n niet geleerd en begrepen heb. Mijn taalgevoel, dat me zonder missers door Latijnse termen, spreekwoorden en 'd of dt' - problemen heen helpt, is dan ineens nutteloos.

Gelukkig is er internet. Al surfend leert men. Daarom wil ik graag wat ontdekkingen delen; wie weet heb jij er ook iets aan, bijvoorbeeld omdat je (toevallig) een boek schrijft. Heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van onjuist spatiegebruik? Dat is wanneer je woorden onnodig opsplitst in twee of meer woorden. Taxi chauffeur. Apothekers assistente. Spatie gebruik. Fout! Er hoeft echt geen spatie in een woord enkel omdat het langer is dan zes letters! Maar (hoor ik jullie tegensputteren) is dat nou zo'n verschrikkelijke misser? Wél als het de betekenis van je zin totaal verandert. De site www.spatiegebruik.nl toont ons hilarische voorbeelden. Lees, lach, en leer.

Ook leerzaam is de website www.beterspellen.nl. Hier kun je elke dag een test doen bestaande uit vier meerkeuzevragen. 'Loofhuttenfeest', schrijf je dat met een hoofdletter of een kleine letter? Is het nu 'hang-en-sluitwerk' of 'hang- en sluitwerk'? Gemene vragen, ja. En ook ik heb wel eens een antwoord fout (grrr!). Maar zulke spelletjes helpen je om over je spelling na te denken.

Op taaladvies.net staan vragen over taal beantwoord. 'Keek' of 'keken' er  nou een miljoen mensen naar de wedstrijd? Op die site staan per taalprobleem veel voorbeelden waardoor je beter begrijpt hoe het werkt en waarom bepaalde regels van toepassing zijn.
En laat ik www.onzetaal.nl niet vergeten. Daar kun je je ook aanmelden voor een nieuwsbrief waardoor je op de hoogte blijft van veranderingen en nieuwtjes over taal.

Wil je liever een boek voor de nodige informatie? Dan is het Trouw Schrijfboek zeker een aanrader. Veelvoorkomende fouten, witte en groene spelling, moeilijke woorden...alles waarvan je niet wist dat je het verkeerd kon doen staat daarin.

Sommige mensen vinden dat hier en daar een fout niets uitmaakt, zolang de lezer maar begrijpt wat er bedoeld wordt. Maar ik zie dat anders; de schrijver wil een verhaal vertellen, de lezer wil dat verhaal lezen en er van genieten. Bedenk dat de lezer zijn vrije tijd in een (misschien wel jouw) boek stopt! Wat veel zelf-uitgevende schrijvers zich misschien niet genoeg realiseren is dat leesplezier flink bedorven kan worden door spelfouten. Telkens als ik een spelfout zie op een pagina haalt me dat een klein beetje uit het verhaal. En als er veel fouten zijn dan kan het gebeuren dat ik uiteindelijk fouten zit te 'lezen' in plaats van een boek. Dat moet je als schrijver niet willen.
Natuurlijk hoef je nu niet bevend aan je bureau zitten, te bang om nog een letter op papier te zetten. Schrijf er lekker op los, maar controleer en corrigeer je spelling, stijl, grammatica en interpunctie. Kritiek op je spelling krijg je liever vóórdat je boek gedrukt is, dus laat het ook door iemand anders controleren. Het liefst door iemand die er verstand van heeft. Want niets is dodelijker voor een goed verhaal dan storende fouten. En dat daar dan een boom voor omgehakt is.
Nee, 't is niet omdat ik goede voornemens heb. Die heb ik niet speciaal in januari. Ik bedoel maar: als je ongeveer per dag, week en maand al goede voornemens hebt (die volgens het spreekwoord overigens de weg naar de hel plaveien - waarom willen we ze dan eigenlijk?) dan hoef je niet zo dringend meer op 1 januari.

Kennelijk hebben de meeste Nederlanders ze echter nog steeds. En kennelijk draaien die goede voornemens nog steeds om gezondheid en afvallen. En zo komt het dat Aldi en Lidl mij gezamenlijk een vrijwel complete sportschool aan attributen aanbieden - zoals daar zijn: Een fitnessmat, gewichten, nog meer gewichten, fitnessbanden in allerlei soorten en maten, een fitnessbal, nog een andere fitnessbal in de vorm van een ongepelde pinda (aaah, pinda's!), massage-apparaten en nog allerlei dingen die ik nu vergeten ben.

Omdat ik weet dat het wel een jaar duurt voordat ditzelfde aanbod terugkomt, kon ik het natuurlijk toch niet laten om wat dingetjes te kopen (gelukkig had ik nu ook net even geen goede voornemens over geen-geld-uitgeven). Bijvoorbeeld voor het geval dat ik komende maandag totaal onverwacht een goed voornemen krijg om meer te gaan bewegen. Je weet maar nooit, en een slimme meid is op haar toekomst voorbereid leerden ze mij vroeger op school. Nu ben ik de trotse eigenares van een fitnessmat, fitnessbanden en een fitnessbal. (Die we niet kunnen opblazen omdat we geen pompje hebben. En mijn longcapaciteit is duidelijk ook niet meer wat 'ie geweest is, daarom had ik die spulletjes ook wel min of meer nodig.)

Door jarenlange ervaring wijs geworden heb ik alleen spullen gekocht die (oké, afgezien van die bal dan, maar als die leeg is weer wel) weinig ruimte innemen. Zodat ik straks niet een huis vol sta-in-de-wegs heb die ik dan om die reden weer wil wegdoen. Er dringen zich namelijk bij Echtgenoot nogal eens ongewenste herinneringen op aan een cross-trainer, een ab-roller en nog wat van dat groot materieel dat wegens ruimtegebrek steeds maar verplaatst werd totdat de laatste verplaatsing die naar een andere eigenaar (of grofvuil) was. En die dus zonde van het geld waren. Toch gek, ik kan me die dingen niet echt meer voor de geest halen.

Waarschijnlijk hebben meer mensen (wegens uitdijende taille toevallig?) ruimtegebrek, want in onze kringloopwinkel staat op dit moment een flinke uitstalling hometrainers, cross-trainers, roei-apparaten en buikspiermartelwerktuigen. Voor bijna geen geld.

Maar dát koop ik dus niet. Want hoeveel beter wil je het hebben? Ik heb nu een uitgebreide sportschool (bovengenoemde aankopen + daarbij nog wat gewichtjes en een fijn antiek yogaboek van Kareen Zebroff) die in zijn geheel in een grote PIP-shopper past. Die vrijwel geen ruimte inneemt.

Enne... die nu aan de verwarming in de slaapkamer hangt te wachten op mijn eerstvolgende goede voornemens.
Een paar maanden terug was Fryslan in het nieuws. Friezen klaagden massaal over knetterende en fluitende waterkokers, vaatwassers en wat dies meer zij. In het landelijke nieuws werd het bericht wat spottend gebracht; die Friezen toch... eindelijk helder (wit) water en helemaal in paniek. In de rest van Nederland maakten waterkokers altijd al lawaai! De Friezen hadden het trouwens allemaal verkeerd begrepen, want volgens waterboer Vitens kon het onmogelijk aan het water liggen.

Waaraan ligt het dan wel? Want ook onze waterkoker had dezelfde verschijnselen. Ja, voorheen maakte onze waterkoker ook geluid natuurlijk, maar dit waren andere, vreemde, geluiden; gesis, gefluit en geknal. Wij gebruiken de waterkoker veel, en ontkalken hem ook geregeld. Maar in plaats van de bruinige kalkaanslag - zo'n dun hard laagje dat je met een poosje weken in azijn weer wegkrijgt - zat er deze keer een laag witte drab in onze waterkoker; op de bodem en de wanden. Totaal anders dan voorheen, en waar komt dat vandaan? En nu is de waterkoker - na een laatste knal en een fluit gisteravond - kapot. Hij gaat nog wel aan; het lichtje brandt maar er gebeurt niets meer. Kaput. Daar kunnen we naar fluiten...

Nee, het zal wel niet aan het water liggen. En bij de brand in Moerdijk vorige week is ook geen gif in de lucht gekomen. En Sinterklaas bestaat.

Maar omdat je het nooit zeker kunt weten, en ik geen zin heb om over een paar maanden wéér een kapotte waterkoker te hebben - ik ben niet knettergek natuurlijk - koop ik nu maar een ouderwetse ketel voor op het gasfornuis (daar heb ik eindelijk mijn smoes om 'Le Lapin' te kopen!). Daar kan in ieder geval niets aan kapotgaan. En een ketel mág fluiten...óók in Friesland.
Hoewel ik twee posts terug schreef dat bureautje MICKE precies tussen twee kasten paste, wil dat niet zeggen dat ik tevreden ben. Ja, wel met het bureau, maar niet met de opstelling in de kamer. Het ritme klopte niet meer. De ene kast stond te dicht op weer een andere kast die dan een beetje uit het midden moest. Dat gaf allemaal onregelmatigheden. Ja, ik ben een tikje manisch-symmetrisch. Maar dat geeft niet, ik ben tevens het type dat graag eens een kastje verzet. Ik heb soms zomaar in januari (of op maandagen) een gevoel van: Ha! het is januari (of maandag), laat ik eens wat dingen veranderen.
Al is het alleen maar om er achter te komen dat het eerst toch beter stond, maar dat weet ik dan tenminste wel héél zeker.

Verandering voelt voor mij goed;  verandering betekent vaak vooruitgang, verandering dwingt je tot het opnieuw overwegen van dingen, en tot het opnieuw waarderen van dingen. Wanneer je plotseling minder bergruimte hebt, moet je opnieuw vaststellen wat de moeite waard is om te bewaren. Wanneer je je kamer anders gaat inrichten moet je opnieuw vaststellen wat de functie is van de kamer; wil je er gezamenlijk eten en knutselen (grote tafel), wil je dingen uitstallen (vitrinekast) wil je er veel tv kijken (bank pontificaal voor de tv) enzovoort. Het is dus niet alleen een kwestie van de kamer veranderen, het kan een verandering van instelling, opstelling en afstelling betekenen. Met meubels schuiven is een beetje met je leven puzzelen.

Zoals te verwachten viel is dat precies waar Echtgenoot niet van houdt. Niet van veranderingen in routine, niet van veranderingen in huis. Geen gepuzzel met zijn leven, en hij wil daarom geen kasten verzet zien. Om schuifpartijen mogelijk te maken moet er eerst langdurig langzaam gehint en bewerkt worden. Als hij dan zover is slaat hij meestal door in het andere uiterste (Als je nu een tekening maakt dan halen we de hele kamer leeg, en doen we alles in een keer goed!  of: We kunnen wel verhuizen, dan kunnen we lekker helemaal opnieuw beginnen!)
Hooooo, ik wilde alleen maar een kastje verplaatsen! (maar als hij eenmaal aan verhuizen toe is, kan dat geen enkel probleem meer zijn, dacht ik zo). Maar we waren het ook deze keer weer eens geworden, en er kon geschoven worden met de kasten.

Uiteraard komt er het moment dat je de eerste kast hebt leeggehaald waardoor werkelijk de hele woonkamer vol boeken, papier, tijdschriften, knutselspullen en kantoorartikelen staat. (Hoe is dat mogelijk? Zijn Ikeakasten uit hetzelfde hout gesneden als de Tardis? Met binnenin tien keer meer ruimte dan de buitenkant doet vermoeden?) 
Niet geheel toevallig - want de wet van Murphy- is dat verbijsterende ogenblik waarop je je afvraagt hoe al die spullen in vredesnaam ooit in de kast gepast hebben, precies hetzelfde moment waarop zich onverwachte visite aandient. 'Leuk, jongens!' zeg je dan met je kiezen op elkaar en je loopt om de rommel heen thee en koffie aan te dragen. Vanwege de visite (en dit gebeurde dus drie keer, wat hebben al die mensen ineens? Tijd teveel? Normaal lees: als het opgeruimd en netjes is zie ik nooit iemand!) duurt het kasten verplaatsen nu al drie dagen.

Maar dat geeft niet, uiteindelijk komt het allemaal weer goed; hetzij omdat ik compleet tevreden ben met de uitkomst van de meubel-puzzel, hetzij omdat ik me er weer voor een tijdje bij neerleg dat het niet helemaal klopt, maar dat het is wat het is, en dat ik daarmee maar moet leven. Dus laat mij maar schuiven.

Voor mensen zoals jij en ik - die graag zuinig zijn, of minimalistisch, of milieubewust...maar die toch af en toe zo'n aanval hebben van kooplust - is er een geweldige nieuwe website in de lucht:

www.nietskopen.nl

Leef je helemaal uit, stop ongegeneerd je virtuele winkelkarretje vol, en betaal nu eens niets! De site geeft je de kick van het winkelen maar heeft als bijkomend voordeel dat je huis schoon blijft. En je geweten ook. Je krijgt een positief gevoel van de reclame die op de site staat, in plaats van een honger naar méér. Dus allemaal naar www.nietskopen.nl!

(Eerste Bedrijf - de winkel)

Het begon zo onschuldig.
Na onze vakantie in Groningen te hebben doorgebracht, zouden we op weg naar huis nog even langs IKEA om een GODMORGON doos-met-vakken voor dochter A. te halen. De GODMORGON waarvoor we al maandenlang telkens bij IKEA aanwipten en waarvan we dagelijks de voorraad via de website checkten was namelijk eindelijk weer aanwezig.

De kinderen bleven eventjes in de auto wachten omdat onze hond niet naar binnen mag in IKEA, en wij zouden even heel snel door de winkel. Dat kunnen we inmiddels heel goed, heel snel door de IKEA - ook al hebben ze inmiddels alle 'korte' routes opgeheven. We rennen blindelings op ons doel af - totdat ze alles weer een keer verbouwen natuurlijk.

De GODMORGON was werkelijk voorradig maar van de weeromstuit en door het inmiddels opgebouwde schaarstegevoel kochten we er meteen maar drie. Van de vijf die er lagen. De voortekenen voor een ramp waren er dus wel, alleen zagen we ze nog niet. 

Met drie GODMORGONS, drie bamboeplantjes en twee onderdelen van een tafel in ons karretje spoedden wij ons naar de kassa. Maar niet voordat we in de Koopjeshoek geneusd hadden, natuurlijk. Nu waren wij slechts vijf dagen eerder nog in de IKEA geweest om de GODMORGON te zoeken, dus het was meer uit gewoonte dan uit verwachting dat we de Koopjeshoek inliepen. 

Inderdaad stonden er de standaard tafeltjes met beschadiging, stoelen met smerige kussens en kastjes met ontbrekend deurtje (taaltechnisch gezien is 'met' ontbrekend deurtje een beetje vreemd, vind ik). Maar er stond ook een bureautje. En of het nu was omdat het zo'n perfect bureautje was zonder enige beschadiging (tevens in de volmaakte kleur), of omdat ik net vorige week bedacht had dat aan de tafel werken me toch niet honderd procent bevalt, of omdat het bureautje voor half geld was, gecombineerd met het feit dat ik de laatste tijd gewoon niks meer heb gekocht...ik was ogenblikkelijk verkocht.

Het bureautje - MICKE geheten - overigens nog niet. Dat kostte enige hoofdbrekens. Want MICKE was wel heel handig compleet gemonteerd (wat me minstens een uur werk zou schelen), maar de vraag hoe we MICKE op die manier thuiskregen was niet eenvoudig te beantwoorden. MICKE was dan wel niet reusachtig, en onze kofferruimte best royaal, maar het zou duidelijk passen en meten worden. Het dubben duurde een minuut of tien (tot zover 'snel door IKEA'). Tenslotte bedachten we dat we MICKE ook gedeeltelijk konden demonteren. Maar, zo bleek, demonteren mag pas na aankoop; gereedschap daarvoor konden we lenen bij de klantenservice.

Ik wist dat ik spijt zou krijgen. Weer zo'n verkeerd begrepen voorteken; ik dacht dat dat zou gebeuren als ik MICKE eenzaam bij zijn Zweedse weeshuis achterliet. Dus mocht MICKE mee.

(Tweede bedrijf - de klantenservice)

Een kwartier (hoezo, snel?) nadat we door de kassa waren was ik aan de beurt bij de klantenservice. Ik leende een kruiskopschroevendraaier omdat ik daarmee de acht verbindingen van het bovenblad met de poten kon losmaken. Althans, dat was het plan. Spijtig genoeg bleken twee schroeven (nou ja, van die dingen die je een kwartslag moet draaien) weigerachtig. En alle andere mogelijke manieren om MICKE in onderdelen te ontleden faalden ook, wegens showroombestendige montage.

Nadat echtgenoot een minuut of tien (hoorde ik nu huilende kinderen in de auto?) van alles geprobeerd had, dook ik zelf maar eens onder het bureau. In mijn dikke winterjas, met een sjaal om, en vol ergernis vanwege een tegenwerkende MICKE (en het feit dat je pas mag demonteren na de kassa, zodat je eerst na betaling ontdekt dat je aankoop niet gewoon vastgeschroefd maar ook gelijmd en voor de eeuwigheid verzegeld is) duurde het ongeveer een kwart minuut voordat ik zo rood als een tomaat was. Kookpunt bereikt.

Het was inmiddels druk bij de klantenservice en de andere wachtenden bleken graag hun tijd te doden met kijken naar mensen zoals wij - sukkels, verslagen door een IKEA-creatie. Uiteindelijk gooide ik de handdoek in de ring schroevendraaiers weer in de bak met gereedschap en besloot dat MICKE dan maar gemonteerd en wel mee moest. Want koopjes kunnen helaas niet geruild worden, dus we konden MICKE niet meer inleveren. Goddank konden we in de lift naar het parkeerdek even weer afkoelen. Dat was hard nodig.

(Derde bedrijf - de parkeerplaats)

Het begon er op te lijken dat mijn jarenlange vriendschap met IKEA zijn eerste deukjes zou krijgen. Maar met mijn timmermansoog en geweldige ruimtelijke inzicht zou ik MICKE wel in onze kofferback krijgen, dus ik gaf de moed nog niet op. Alles kon tenslotte nog meevallen en goedkomen.

Drie kwartier later twijfelde ik tussen MICKE gewoon achterlaten op de parkeerplaats of hem vóór achterlating eerst compleet te vernielen (Daleks uit Dr. Who snerpten in mijn hoofd: EXTERMINATE! EXTERMINATE!). Beide opties leken goedkoper en makkelijker dan MICKE meenemen naar huis. Echtscheiding lag inmiddels in de lijn der verwachting, en MICKE kon wat mij betreft als brandhout afgevoerd worden.

Oké, ik had gelijk gehad, mijn timmermansoog had zich niet vergist; MICKE paste in onze auto. Als  er niet ook twee kinderen, een hond, vier koffers en wat nodeloze werkspullen van Echtgenoot in hadden gemoeten. En een ukulele.

Als we de poot eraf konden schroeven (We hadden nóg een poot gevonden die eraf kon! Heel simpel!) had hij gewoon gepast. Maar van die vier schroeven - we vonden zelfs nog een IKEA-draaisleuteltje in onze auto! Het lot was ons gunstig gezind! - bleken er twee een afwijkend formaat te hebben, en niet losgedraaid te kunnen worden.

Vijfentwintig keer ging MICKE de auto in en uit, waarbij hij door de blubber op de parkeerplaats steeds viezer werd, en ik overal beschadigingen zag ontstaan, en nog paste het niet. En ik hoefde geen beschadigd vies bureau! Ik wilde naar huis! (Ondertussen reden er telkens auto's voorbij met mensen die niet eens een poging deden hun nieuwsgierigheid te verbergen - of erger nog,  die lachend naar ons wezen. Ik kan alleen maar hopen dat geen van hen een filmpje op Youtube geplaatst heeft.)

Echtgenoot vertikte het om op te geven en probeerde een zesentwintigste keer. "Als je nou eens meehelpt!" riep hij kwaad. Alsof ik tot dan toe nog niets gedaan had. (En wie zet er trouwens altijd alle IKEA-kasten in elkaar? Nou? Nou?) Uit frustratie gaf ik zo'n duw tegen het bureau dat het de auto invloog. En niet meer terug kon. 

Potdorie. MICKE zat in de auto. Ik wilde MICKE niet meer, zo vies en kapot!

Maar MICKE zat in de auto en weigerde nog te bewegen, dus bleef over hoe we onszelf nog om het bureau heen de auto in konden krijgen. Ik weet niet hoe, maar dat lukte. Mensen zijn iets flexibeler dan bureaus, blijkt. (Niet alle mensen, en niet véél flexibeler, maar toch.) We konden ons niet meer bewegen, iedereen was nijdig, en de reis naar huis werd in doodse stilte afgelegd. Het was dat ik besloten had niets meer te zeggen, anders had ik gezworen nooit (maar dan ook nooit) (NOOIT! Met de nadruk op N O O I T !) meer een voet in de IKEA te zetten. Voortaan alleen nog Kringloopwinkelmeubels aan te schaffen. Wat? Helemaal nóóit meer meubels te kopen. 

(Slot)

En toen kwamen we thuis en pakten we de auto weer helemaal leeg. Dat was een stuk makkelijker dan de auto volpakken. De beschadigingen op MICKE bleken plotseling alleen vuile plekken te zijn. MICKE bleek - schoon en heel - volmaakt in de woonkamer te passen tussen twee kasten. MICKE en ik zijn daarom nu weer vrienden. IKEA en ik ook. 
En zelfs Echtgenoot en ik zijn toen maar gauw weer vrienden geworden. 

Goddank heb ik niks gezegd over nooit meer naar IKEA ofzo.