Toen ik een klein meisje was vroeg ik mij op zekere dag af waarom er op een verpakking vaak een  vermeld stond voor het gewicht. Bijvoorbeeld: Inhoud 150 gram. Mijn vader (die best veel wist) legde toen uit dat het staat voor estimated, oftewel 'geschat'. Het produkt weegt ongeveer 150 gram, het kan een beetje meer of een beetje minder zijn. Ik was onder de indruk. Wikipedia bestond toen nog niet en dan is een vader met wat algemene kennis best een pré.

Ik moest er vandaag aan denken toen ik in de winkel een stuk voorverpakte kaas wilde kopen. Meestal staat de kiloprijs aangegeven, en is de gewicht en de prijs van het stuk kaas zelf afgedrukt op de verpakking. Maar hier kon ik geen prijs vinden op de verpakking. Na een beetje zoeken bleek dat al deze stukken kaas 450 gram 450 gram wogen, en dat de prijs voor al die stukken gelijk was.

Goed. In het geval van een pond druiven of aardbeien - als ik toch al op de groente-afdeling en in de buurt van de weegschaal sta - weeg ik zo'n bakje fruit wel eens na. Of eigenlijk pak ik twee bakjes die  er veelbelovend uitzien, ik weeg ze beide en dan koop ik het zwaarste. En vorige week toen ik zag dat verpakte biologische gember 1,49 per bakje kostte, en het ene bakje veel voller oogde dan het andere heb ik ook even gewogen. En terecht: het ene bakje bevatte de beloofde 125 gram, het andere bevatte 194 gram!

Daardoor was ik plotseling ook wel erg benieuwd naar het gewicht van deze stukken kaas. Want ze kunnen onmogelijk allemaal precies 450 gram wegen. Dus ik trok de stoute schoenen aan en ben twee stukken gaan wegen op de groenteweegschaal. En (tadaa!) het ene stuk kaas woog 461 gram in plaats van 450 gram, en het andere stuk woog maar liefst 489 gram! Drie keer raden welk stuk met mij mee naar huis mocht.

Denk nu niet te snel dat negenendertig gram geen zoden aan de dijk zet. Het lijkt een summier voordeel. Maar net zoals kleine uitgaven opgeteld aan het einde van het jaar een flinke kostenpost vormen, en braaf opgespaarde euro's die niet gemist worden na verloop van tijd een leuk spaarpotje zijn, is een heleboel keer negenendertig gram een behoorlijk stukje kaas. Stel dat ik wekelijks een stuk kaas van 450 gram koop, maar elke keer een stuk heb dat 39 gram meer weegt ... dat levert in 12 weken tijd 450 gram 'gratis' kaas op, oftewel een heel stuk. Dat is vier gratis stukken kaas per jaar. En zeg ik daar nee tegen? h... n. :-)
(Over)wegen? Ik zou het doen.

Ik kwam op het idee door de nieuwsbrief van Annemiek van Deursen (waar ik een paar blogs geleden al gewag van maakte): zelfgemaakte instantsoep. Een geweldig idee vond ik het, want het is gezond, goedkoop en lekker. Ik ben dol op soep en op bouillon en als ik mijn eigen kant-en-klaar-mengsel voor bouillon kan maken vind ik dat zeker het proberen waard!

N.B. Je kunt de hoeveelheid van het dit recept misschien de eerste keer beter halveren. Ik maakte het hele recept, maar dat is genoeg voor een heel weeshuis of voor een jaar bouillon.

Instantsoep, 1
Het recept en een stukje uit de nieuwsbrief van Annemiek:
Instantsoep 
1 kilo wortels
1 kilo uien
1 pond knolselderij
150 gram peterselie
150 gram basilicum  
Alles heel fijn malen in de keukenmachine en mengen met een kilo zout.
De instant bouillon in schone glazen jampotten en een laagje olijfolie erop gieten. Olijfolie sluit helemaal af en blijft alles goed.
Een theelepeltje instant bouillon in een theeglas kokend water erop en mmmmmmm eigengemaakte cup a soup.
Als je roerbak of soepjes maakt op het einde de instant bouillon toevoegen want van meekoken wordt de smaak minder. En valt het kwartje al? Je betaalt wel heel veel in de super  voor zout met groentesnippers samen geperst in vierkante blokjes.
Annemiek heeft helemaal gelijk. En hierbij wil ik nog een slim idee van haar vermelden: een soepdoos in de diepvries. Plaats een afsluitbaar plastic bakje in de diepvries en bewaar daar allerlei restjes rauwe groenten in en tomaten die bijna zacht worden enzovoorts. Wanneer je dan soep (of bouillonpasta) wilt maken heb je al groenten 'gespaard'!
Maar ik zou mezelf niet zijn als ik niet op zoek ging naar nog meer mogelijkheden, variaties en aanpassingen. Ik hou nu eenmaal van een goed basisrecept met veel opties.

Instantsoep, 2
En toen vond ik op de site van 101cookbooks het volgende recept (dat weer een aanpassing is van een recept uit een boek van The River Cottage Preserves Handbook), dat vrijwel hetzelfde werkt:
Instantsoep van 101cookbooks
150 g prei, gesneden en goed gewassen
200g venkel in stukjes
200g wortel, schoongemaakt en in stukjes
100 gram selderij
100 gram knolselderij, geschild en in blokjes
30 gram zongedroogde tomaten
100 gram sjalotjes, geschild
3 middelgrote teentjes knoflook
250g fijn zeezout
40 g peterselie, gehakt
60 gram koriander, gehakt
Hak alles zeer fijn in de keukenmachine. Het moet een soort losse pasta worden. Bewaar een kwart in de koelkast voor snel gebruik, en de rest in de diepvries voor de komende maand. Door al het zout wordt het geen harde klomp, maar kun je eenvoudig een lepeltje bouillon nemen als je het nodig hebt.  
Begin met 1 theelepel bouillonpasta per 250 ml water. Voeg naar smaak meer toe.
Het is duidelijk dat je allerlei groenten en kruiden kunt gebruiken, ik ga dus wat experimenteren. In het eerste recept is de verhouding 3:1 wat het gewicht van groenten/kruiden tegenover zout betreft, in het tweede recept 3,5:1. Als je deze verhoudingen een beetje in de gaten houdt moet het goed komen.

Het recept op 101cookbooks leverde ook reacties op over sofrito, een soortgelijk mengsel dat in de Latijns-Amerikaanse en Caribische keuken veel gebruikt wordt. Uitleg over sofrito en de verschillende soorten die er zijn en hoe je die moet maken vind je hier (klik!) Het verschil met de instantbouillons is zo te zien dat er aan sofrito geen zout wordt toegevoegd. En wel veel knoflook.




Gefermenteerde bouillonpasta
De hierboven beschreven instantbouillons passen ook wel in het straatje van een recept dat ik al eerder opdeed, namelijk dat van gefermenteerde bouillonpasta. Ik kreeg het van Beate de Haan.
Gefermenteerde Bouillonpasta van Beate de Haan
"Deze zomer ontdekte dat het een techniek is al heel lang gebruikt wordt om bouillon te maken vooral in de macrobiotische keuken en leerde dat het nogal nauw luistert welke verhouding je gebruikt, namelijk 7 % zout. Dus ik ging opnieuw ermee aan de slag. Ik heb zojuist mijn eerste glas bouillon, op die manier gemaakt, gedronken en dat was heerlijk. 
Je hakt 700 gram groente en kruiden heel fijn. Daarna meng je het met 100 gram zout, ik gebruik keltisch zout omdat dat heel mineraalrijk is. Je vult er jampotjes mee. Omdat de verhouding nogal nauw luistert heb ik per potje de groente afgewogen en er dan 7% zout in laagjes tussen gestrooid. Na drie weken is het voldoende geferrnenteerd om te gebruiken. De potten hebben zich vanzelf vacuum gezogen.  Na opening bewaar ik het in de koelkast en daar is het tot een jaar houdbaar. Mijn mengsel bestond uit:
prei, uien, bleekselderij, snijselderij, lavas, tijm, calendulabloemen en oregano
Voor deze groente/kruidenbouillon was de basis prei. Ongeveer 3/4 bestaat uit het donkere deel van de prei, aangevuld met uien en kruiden, met de kruiden kun je lekker varieren, maar lavas oftewel maggikruid zou ik niet voor iets anders inruilen het geeft zoals de naam al doet vermoeden een echte bouillonsmaak aan het geheel. Ik heb er bloemblaadjes van de calendula doorheen gedaan dat geeft optisch een mooi effect is natuurlijk erg gezond maar dat kun je probleemloos weglaten als je er niet makkelijk aan kunt komen."
Bouillonblokjes
Voor degene die zelf(s) zijn eigen bouillonblokjes wil maken (ach, we zijn nu toch bezig!): ook daar is een recept voor, namelijk van Hans Gerlach uit het boek "Kruiden en Specerijen". Volgens mij wordt het ongeveer de pasta die je bij de eerste twee recepten ook maakt, maar daarna droog je het in de oven.

Maak je eigen bouillonblokjes

3 eetl koriander, grof
1 eetl venkelzaad
1 eetl peper
1 eetl piment
750 gr uien
125 gr prei
500 gr wortelen
250 gr selderij
250 gr venkel
50 gr knoflook
1 bosje tijm
1 bosje peterselie
50 gr gedroogde paddenstoelen
100 gr zout

Maal de specerijen, maak de groentes schoon en hak ze fijn, pureer alles samen tot pasta. Spreid uit op met bakpapier beklede bakplaat, en droog gedurende vier uur op 100 graden. Schep af en toe om. Uiteindelijk wordt het een dikke pasta. Afgesloten in de koelkast blijft dit een jaar goed.
Ik ben nu helemaal in mijn nopjes, want dit zijn vier slimme manieren om eenvoudig je eigen instantsoep te maken. Je kunt veel verschillende kruiden en groenten gebruiken, restjes verwerken, bouillon naar eigen smaak ontwikkelen. Bovendien kun je de pasta houdbaar maken door het onder olie te bewaren, in te vriezen, te drogen of te fermenteren. Kiest u maar. En dan de Maggi de deur uit!


In het programma 10xbeter (een aanrader!) was deze week een item over de Time/Bank te zien. Mensen kunnen hier dingen of diensten aanbieden of juist 'kopen', met als ruilmiddel 'tijd'. Die tijd wordt keurig bijgehouden en verhandeld in de vorm van uurbiljetten.
In eerste instantie dacht ik dat het net zoiets als gewone ruilkringen was. Lets, Noppes, je hebt er vast ook wel van gehoord.
Maar bij nader inzien gaat timebanking dieper dan dat. En is het realistischer. Bij Lets of Noppes stelt iemand zelf vast hoeveel Lets hij vraagt voor wat hij kwijt wil, of wat zijn dienst aan Noppes waard is. Het nadeel is dat het soms wat moeilijk vergelijken is. Kun je haarknippen op enige manier vergelijken met het maken van een vrolijk schilderij, een auto repareren of iemand leren naaien?
Bij timebanking telt enkel het aantal uren dat aan iets gewerkt wordt. Een schilderij kan twee uur werk gekost hebben of dertig uur. En dat is dan ook meteen de prijs.
Het geeft een realistische waarde aan dingen. Iets waar meer tijd in gestoken is kost meer. Het hangt dus een kaartje aan dingen en diensten: hoeveel tijd zit er in? Omgekeerd krijgt de tijd plotseling ook waarde. Een uur van jouw tijd (in welke vorm dan ook) kan grote waarde hebben voor iemand anders.
Ik vind zulke dingen fascinerend. Eigenlijk zou dit de basis moeten zijn van ons financiële systeem.

Het laat me ook nadenken over tijd. Als een uur tijd een standaard ruilmiddel zou zijn, hoeveel tijd zouden we dan nog doorbrengen met computeren en tv-kijken? Weinig, denk ik. Want TV-kijken is dan ineens de woekerpolis, het krediet met hoogste rente. Want met elk uur dat je TV kijkt verlies je niet alleen dat uur (en wat het waard is), maar wordt je levensverwachting ook nog eens 22 minuten korter. Onderzoekers ontdekten dan mensen die 6 uur per dag TV kijken gemiddeld 4,8 jaar korter leven! Wat dat betreft is TV dus een tijdmachine. Een tijd- en geldverslindende machine, wel te verstaan. Behalve als je naar programma's als 10xbeter kijkt, natuurlijk. ;-)


Ik ben opgevoed met zelfgebakken brood. En ik hou echt niet van dat slappe winkelbrood. Maar ja, je hebt niet altijd tijd om zelf uitgebreid te gaan staan broodbakken.
Dacht ik.
Totdat ik dit recept vond. Waarschijnlijk komt het uit het boek "Artisan bread in five minutes a day". Het is supereenvoudig en kost je hooguit vijf minuten werk, voor twee broden die je NIET meteen hoeft te bakken. Het levert een stevig brood met een krokante korst op, precies zoals ik het graag lust. Door het hoge vochtgehalte blijft het brood ook lekker vers.
En last but not least: met een pak volkorenmeel van 89 ct (Jumbo) bak je twee broden, maar van drie vier pakken meel bak je acht tien broden. Dat is dan tien broden voor 2,67  3,56 aan volkorenmeel. Reken nog een beetje voor gist en voor elektra of gas (oven), maar het blijft een koopje: acht tien versgebakken broden voor de prijs van twee broden bij de bakker of biologische winkel!*

Je bakt het brood meteen, of je doet het deeg in een of twee afsluitbare diepvriesbakken in de koelkast. Je kunt het daar een paar dagen bewaren en gebruiken als je het nodig hebt. In de koelkast gaat het rijsproces heel langzaam verder. Ik kan je verklappen dat als het deeg een of twee dagen in de koelkast gestaan heeft, het brood nog lekkerder wordt. Als je (een gedeelte van) het deeg eerst afgedekt in de koelkast zet, hou dan rekening met een langere rijsperiode in de bakvorm (een paar uur). De koelkastkou moet er namelijk ook weer uit. Ik haal gewoon 's middags een bak deeg uit de koelkast en doe het in een blik, en ik zie wel wanneer het de bovenrand van de vorm bereikt heeft. Dan bak ik het, en dan is het mooi op tijd klaar voor het ontbijt van de volgende dag.
Deze hoeveelheid is genoeg voor twee vormen ter grootte van een cakeblik, feitelijk bak ik ze ook echt in cakeblikken, wat niet zo hoort: cakeblikken zijn zilverkleurig en broodvormen zijn zwart; dat is beter want zwarte vormen worden heter. Bij Action kun je momenteel grote broodvormen kopen voor ongeveer vier euro, en die ga ik een dezer dagen maar eens halen.

Voor de duidelijkheid heb ik het werk blauw weergegeven. :-)

780 gram volkorenmeel of bloem, of van elk de helft.
1,5 eetlepel droge gist
1,5 eetlepel zout (of? lees de reacties over hoeveelheid gist en zout...)
720 ml lauw water
Deze ingrediënten doe je in een kom en roer je eventjes (een minuutje) totdat ze gemengd zijn.
Die kom zet je afgedekt 1,5 uur weg op een behaaglijke plaats, zodat het deeg flink rijst.
* Hierna kun je het deeg in de koelkast luchtdicht bewaren, volgens zeggen wel een week lang.
Je vet je broodvormen goed in, en verdeelt het deeg over de vormen. Het moet ongeveer tot de helft van het blik komen. 
Nu zet je het deeg weer weg op een warme plaats. Laat het afgedekt rijzen totdat het de rand van de vorm bereikt heeft. 
Je verwarmt de oven voor op 200 graden en bakt het brood eerst 20 minuten op 200 graden en daarna nog 20 minuten op 180-200 graden. Ik hou van een stevige bite en bak het brood dus graag iets heter.

Laat het helemaal afkoelen (als dat lukt) voordat je het aansnijdt. Dit brood kun je in plakjes invriezen. Na ontdooien is het net zo lekker alsof het vers uit de oven komt.

Als je op de foto klikt kun je hem in 't groot bekijken en opslaan. De foto's zijn van meerdere baksessies (want de helft van de tijd vergeet ik foto's te maken) dus we beginnen met witbrood, gaan halverwege over naar twee volkorenbroden en eindigen met één krentenbrood met wat weinig krenten. :-)

*Ik had mij een beetje verrekend. Als je vier pakken meel hebt hou je vier keer 220 = 880 gram over, en heb je dus genoeg voor weer een portie deeg. Dank aan de oplettende lezer die mij hierop attent maakte!

UPDATE:
Inmiddels heb ik dit recept ook gemaakt met 0,5 eetlepel gist en 1,5 theelepel zout. Het rees prima, wel iets trager, maar ik vond het brood wel een tikje flauw.

UPDATE 2: Ik heb het brood nu een flink aantal keren gebakken. Het lukt telkens prima. Ik vind wel dat er erg veel gist in zit en gebruik nu minder gist. Volgens Levine van uit de keuken van Levine klopt de hoeveelheid bloem niet (zij heeft het boek met het originele recept) en moet het 880 gram bloem zijn. Ook zij zegt dat teveel gist het brood niet lekkerder maakt en onnodig is. Zout moet altijd ongeveer 2% van de hoeveelheid bloem zijn, dus het beste zou in dit geval zijn 14 gram zout te gebruiken, wat inderdaad ca. 1,5 eetlepel is. Doe er je voordeel mee.
Ik geef toe dat ik geloof dat de wereld in een financiële crisis zal storten. Dat is een van de redenen waarom ik mij bezighoud met bezuinigen, besparen en leren hoe je groente moet telen. Als ik tijd heb.

In duistere stormachtige nachten bedenk ik angstig hoe laag ons land ligt, en dat er alleen maar een enkele dijk tussen het zeewater en mijn warme bed staat. En dat die dijk en die zee oncomfortabel dichtbij liggen benauwt mij zeer. Op zo'n moment ben ik ervan overtuigd dat het een goed idee is om een rubberbootje op zolder te leggen. Voor het geval dat. En daarna val ik, gerustgesteld door mijn plannen, in slaap. Ik had nooit "Oosterschelde, windkracht 10" moeten lezen toen ik klein was.

Ik zal eerlijk zijn: ik heb ook een evacuatiepakketje in de trapkast staan. Voor als die dijk ooit doorbreekt en we ijlings naar hoger gelegen gronden moeten vluchten. Maar dat is niet overdreven, vind ik. Het is het advies zoals je kunt lezen op nederlandveilig.nl: voorbereid zijn op noodsituaties. Weten wat je moet doen.
Toch bekruipt me op andere momenten (op prachtige lentedagen bijvoorbeeld) het idee dat ik een beetje raar ben. Dat de meeste mensen geen enkele gedachte aan grote gevaren wijden, laat staan maatregelen treffen. Dat de algemene opinie is dat we onkwetsbaar zijn, en dat het neurotisch is om je zorgen te maken om een e-ven-tu-ele ramp die hoogstwaarschijnlijk nooit gaat gebeuren.

Maar sinds kort weet ik dat het wel meevalt met dat neurotische van mij. Ik kijk namelijk naar "Doomsday Preppers" op National Geographic Channel. Doomsday Preppers zijn mensen die zich prepareren op de dag des Oordeels, de volledige ineenstorting, de grote klap, 'when the shit hits the fan', in welke vorm die shit ook mag komen. En er blijken nogal wat mogelijkheden te zijn. Zo kunnen we voor onze ramp kiezen uit een wereldwijde financiële ineenstorting, een pandemie, een mega-aardbeving (gevolgd door een of meerdere tsunami's), een vulkaanuitbarsting, een zonnevlam waardoor de elektriciteit wereldwijd uitvalt, bacteriologische oorlogvoering, en - serieus - een verschuiving van de poolas (waarna alle zojuistgenoemde rampen tegelijk zullen plaatsvinden).

Met stijgende verbazing kijken mijn gezinsleden en ik naar brave huismoeders en ex-militairen die hun gezin klaarstomen om oorlog te voeren tegen plunderaars en hongerige medemensen. Een voormalig marinier (type: stoer, keihard) leert zijn kinderen schieten, en is daarbij zo dom om voor het oog van de camera zijn eigen duim eraf te schieten, waarna hij niet zo stoer flauwvalt; wat zijn kinderen dan weer enorm deugd doet.
We zien mensen verhuizen naar 'veiliger' oorden, waar ze een bunker bouwen en van het land leven. Ver van vijanden - en vrienden - vandaan. We leven mee met de zielige kinderen van de bacterievrouw (die dozen vol mondkapjes en schorten heeft en de hele buurt voorziet van desinfecterende gel) wanneer ze verplicht moeten oefenen op een griepuitbraak. De schoondochter die iets te laat komt mag niet meer binnenkomen, want inmiddels speelt het gezin quarantainetje in een met plastic afgeschermde keuken.

Allemaal vrezen ze de honger en hebben ze schuren vol levensmiddelen. Sommigen van de preppers zijn zes uur per dag bezig met overleven. Ja, nu al, terwijl er nog niets gebeurd is. Ze stapelen brandstof en voedsel op onder de bedden, sluipen 's nachts gewapend door hun huis ("Je moet je eigen huis in het donker kennen, dat biedt een enorm tactisch voordeel!") of leren Tagalog om onverstaanbaar met elkaar te kunnen communiceren wanneer vijanden het op hun voedsel voorzien hebben. Bijna allemaal hebben ze grote hoeveelheden wapens om zichzelf te kunnen verdedigen, want ja, als jij na een ramp de enige bent met een voedselvoorraad voor vier personen voor zeven jaar dan ben je je leven niet meer zeker, that's for sure.

De preppers, hoe vooruitdenkend ze ook zijn - of misschien wel daardoor - hebben toch allemaal ergens een blinde vlek. Zo oefent een trucker (die ervan overtuigd is dat als er een ramp gebeurt juist zíjn beroepsgroep het doelwit gaat worden van overvallers) overvalsituaties met zijn vrouw, inclusief een realistische hinderlaag. Dat zijn vrouw, die kanker heeft en zéker eerder overlijdt dan dat er een ramp gebeurt, een tikkeltje gelaten meespeelt lijkt hem niet op te vallen.
De man die zijn gezin steeds weer laat oefenen om binnen twintig minuten buiten de stad te komen in een zwaar bepakte vluchtauto is euforisch als het hen eindelijk gelukt is. Maar hoe lang gaat hij erover doen als er een ramp gebeurt en iederéén de stad uit wil? Dat lijkt me een relevante vraag. Die niemand hem stelt.
En wat te denken van de vrouw die wacht op de klap van een gigantische aardbeving? Heel slim heeft ze voor jaren voedsel in huis. In glazen weckpotten. Die natuurlijk allemaal ongeschonden die mega-aardbeving overleven...

Het is raar om mijn eigen angsten en plannen zo bizar uitvergroot te zien. En confronterend. Maar ook een opluchting. Een zachtaardige man die eruit ziet als Noach (in mijn ogen, dan) brengt zijn buit van die dag - een aangereden grondeekhoorn - binnen en zijn dochtertje van negen begint te juichen bij het vooruitzicht van vlees in de pan.
We lachen erom, ha ha, nee, ik zie mezelf nog geen aangereden katten verzamelen langs de kant van de weg, het idee! Zo gek ben ik dus nog (lang) niet.
Maar ondertussen zijn in mijn hoofd de radertjes al aan het draaien: nooit geweten dat je eieren maandenlang kunt bewaren als je ze met olie insmeert. En wat praktisch: voorraden rijst of meel kun je opslaan in frisdrankflessen! En when the shit hits the fan (fantastische uitdrukking, ik zie het dus echt voor me) hebben we wél een park met eendjes in de buurt ...


P.S.
Op de site van DoomsdayPreppers kun je je 'prepper score' uitrekenen. Mijn uitslag? Ik kan een ramp 1-2 weken overleven. Dat valt tegen. Maar ja. Naar een aantal best wel belangrijke dingen (zoals: heb je een Zwitsers mes?(ja) Of een SAS-handboek?(ja) Kun je broodbakken zonder broodbakmachine?(ja) Hoeveel boeken over rampen heb je gelezen?(veel te veel, daarom lig ik ook zo vaak wakker van alle nare mogelijkheden)) wordt in de test niet gevraagd. Wat is jouw prepper score?


Ze zitten aan de andere kant van het gangpad in een overvolle trein. En ze vallen me op omdat ze de drukte totaal negeren. Ze peuzelen kaasstengels uit een bakje dat op het tafeltje onder het raam staat, alsof ze thuis rustig voor de tv zitten in plaats van in een trein met een massa mensen om zich heen. Ik werp af en toe een blik op ze. Een man met een snor en een vrouw met een beetje een chagrijnig gezicht. Ze zullen ergens in de vijftig zijn.
Mijn blik blijft hangen wanneer ik opmerk dat ze ook nog sap op hun tafeltje hebben staan. Niet in pakjes, nee: in glazen. Weliswaar glazen die eruitzien alsof ze een eerder leven hebben gehad in de douche van een goedkoop hotel, maar toch... glazen? Dit kon wel eens interessant worden. Ik scan hun kleding. De man draagt wandelschoenen en een kakikleurige broek. Aan het haakje boven de zitplaats hangt een donkere jas. De vrouw draagt iets met zwarte en gele vegen. Het ziet eruit als een zelfgemaakt ... jak. Of een hes. Niet mooi. Ze heeft een zwarte broek aan en zwarte sokken en zwarte Ecco's. Praktisch stel, zo te zien. Overal op voorbereid. Zeker een dagje weg met een goedkope NS-dagkaart.
Daar blijf ik even hangen. Uitstapjes met goedkope dagkaarten hebben echtgenoot en ik dit jaar ook al een paar keer gedaan. En we nemen altijd een boterhammetje mee, natuurlijk, voor de eerste trek. Zien wij er over een jaar of vijftien ook zo uit? Zit ik dan met een zurig gezicht in de trein kaasstengels weg te werken? Is dat wat zuinigheid met je doet?
De kaasstengels zijn op, en de plastic verpakking wordt in het prullenbakje gewerkt. De man rommelt wat in een grote rugzak. Hé, ze hebben alle twee dezelfde rugzak, hij een met rode accenten, zij met groene. De term ANWB-echtpaar begint zich naar boven te wurmen in mijn hoofd. Uit de rugzak-met-rode accenten komt een in huishoudfolie verpakt plakje koek naar boven. Echte consuminderaars? Uit een zijvakje van de rugzak komt een Zwitsers mes tevoorschijn. Dat wordt eerst zorgvuldig schoongewreven en -geblazen, en dan wordt het plakje koek keurig in twee evengrote stukken verdeeld. Even eten ze in stilte, maar de koek is al snel op. De man vraagt opgewekt of ze nog wat wil eten. Een boterham misschien? Een stukje kaas? Tjonge, hij is echt op alles voorbereid! Of liever worst? Ja, liever worst.

Er komt een hele droge worst tevoorschijn. Gróningse droge worst, zoals de man nadrukkelijk zegt. Ze zijn onderweg naar Groningen en ze hebben zich alvast aangepast aan de lokale eetgewoonten. Duidelijk het avontuurlijke type.
Maar voordat de droge worst aangebroken kan worden wordt er nog meer in de tas gehengeld, en een fles wijn komt boven. De man schenkt de glazen weer vol. Wijn!? In de glazen zat dus geen sap maar wijn! Midden op de dag, in de trein. Mijn waardering stijgt een beetje. Dat is wel cool, gewoon doodleuk gaan lunchen in de trein met een glaasje wijn. Zouden ze elke dag wijn drinken bij de lunch of alleen vandaag, omdat het een uitstapje is? Wijn heeft wel iets vrolijks, het is in elk geval niet vrekkig. De fles gaat de rugzak weer in en het Zwitserse mes komt andermaal in beeld, om de worst mee te vierendelen.

Ik heb ook een Zwitsers mes. En ik loop op Ecco's en ik ben nog lang geen veertig. Het zijn wel sportieve blauw-witte Ecco's, type sportschoen, en niet van die suffe zwarte; maar toch, die grens ben je waarschijnlijk zómaar over. Help! 
Ze praten over de droge worst, die heel lekker is. Ze proberen te ontdekken wat er nu precies anders is aan Groningse worst. Ik weet het, want ha, ik kom uit Groningen. In Groningse worst zit kruidnagel. KRUIDNAGEL, kruidnagel! Er zit kruidnagel in! probeer ik telepathisch over te brengen. Maar de worst slokt hun aandacht op.
Lekker. Ik heb zelf trek en zou best een stukje Gróningse worst lusten nu, maar ze eten de worst helemaal op. En de wijn drinken ze ook helemaal op.

Dan begint de vrouw in haar rugzak te graven. Wat zou daar uitkomen? De rugzak van de man is een soort magische knapzak vol voedsel, er kan onmogelijk nog een rugzak vol eten nodig zijn. Hoewel, als ze hun diner ook zelf meegebracht hebben zou het kunnen. Maar er komen twee vloeipapiertjes tevoorschijn. Vloeipapiertjes, denk ik opgelucht. Zover zal ik nooit komen, dat weet ik zeker. Daarin worden de glazen gewikkeld voordat ze weer de rugzak ingaan. Dan zegt de vrouw ineens, nadenkend: "Er zit volgens mij kruidnagel in." In gedachten applaudisseer ik.
De rugzakken worden zorgvuldig dichtgemaakt. "Zo, dat was de lunch," zegt de man ten overvloede. Ik zit inmiddels gewoon gefascineerd te kijken, ongeveer zoals je naar een ongeluk kijkt. Je wilt het niet zien, maar je wilt het zien. Je bent blij dat jij het niet bent, maar kijk, het zijn óók mensen met twee kinderen en een Opel. Je kunt niet stoppen met kijken.
Uit de zak van zijn jas (op het haakje) haalt hij omslachtig een aantal printjes. Het is een routebeschrijving. Dat doe ik ook altijd. Mijn humeur daalt weer. Ik wil niet op ze lijken. Google maps, overal goed voor. Hoewel je voor de weg van het station in Groningen naar het Groninger Museum (daar gaan ze naartoe) niet bepaald een routebeschrijving nodig hebt: het museum ligt tegenover het station, waar we nu onderhand aangekomen zijn. Ik stap uit.



Ik hou van de herfst. Vooral de geuren vind ik fijn. Iets van rottende bladeren, nattigheid en kastanjes. En terwijl ik wandel en die heerlijke prikkelende geuren opsnuif bedenk ik dat enorm veel herinneringen vasthangen aan geuren. En ineens zie ik mijn hele leven voor me, gevangen in geur.

Een van de belangrijkste geuren uit mijn kleutertijd is die van het trappenhuis in onze flat. Cement, beton en wat stof denk ik. In dezelfde tijd is de geur van schoonmaakazijn en ammoniak te plaatsen, van mijn moeder aan de schoonmaak. Een geur vol verwachting, een 'we gaan ertegenaan'geur. Nat zandbakzand, wat overigens heel anders ruikt dan zondoorstoofd fijn zandbakzand. Krijt en fruitbakjes in de kleuterschool (een unieke geur die je nergens anders ruikt), gemengd met natte regenjasjes. (Zoals jullie lezen is er heel wat nattigheid in mijn verleden. Maar aan de andere kant zijn geuren sterker wanneer het vochtig is, dus is het eigenlijk wel logisch dat je meer 'regenachtige' geuren hebt dan droge. Denk ik.) Struiken met rozenbottels en struiken met klapbesjes, van die witte.
Gebakken vis op de markt. Het huis van mijn oma. Oude tijdschriften. Heel oude stoffige (misschien een beetje schimmelige) boeken - heerlijk! Wilde rozen. Plastic speelgoed waar vast een stofje inzat dat nu verboden is, want speelgoed van tegenwoordig ruikt heel anders. Heel soms vind je in de kringloopwinkel nog 'oud' speelgoed met bijbehorende geur en hup, dan ben je dertig jaar terug in de tijd.

Oude boerderij. Stof van jaren en vermolmd hout (lekker). De geur van muffige kelder en inloopkasten met vochtig behang. Vochtige veengrond - kruidig, pittig. Heel anders dan de waterige lucht van natte klei in de streek waar ik nu woon. De geur van kalk en cement van toen mijn vader het huis verbouwde. Vers gezaagd hout. Ikeameubels. (Aaahhh, Ikeameubels! Snuifffff!)
De blije geur van het eerste gemaaide gras in het voorjaar (het is lente!). De geur van (gedoofde) kaarsjes in de vierde klas en van Satsuma's. Ik krijg iedere keer een kerstgevoel als ik die zurige Satsuma's ruik!

De geur van hooi, van omgeploegde akkers, de indringende geur van zwarte bessen in de zomer. Van grind en van 'vuurstenen' (bestaan die nou echt of verzonnen wij dat gewoon?).
Laat ik niet vergeten: versgebakken brood. Als ik brood bak komt mijn hele jeugd terug, want mijn ouders bakten altijd zelf brood. Gist is ook zo'n veelbelovend luchtje, een beetje zurig maar levend. In dezelfde categorie: kippensoep die staat te trekken, een beetje een weeïge geur; niet echt lekker maar wel een 'goede' geur, omdat er dan heel lekkere kippensoep op het menu stond! Hetzelfde heb ik met de misselijkmakende lucht van roggebrood dat gebakken wordt: de lucht op zich is niet zo fijn, maar het gevoel erbij is positief. De geur van een houtkachel. Rook, as. Zeldzaam lekker.
Het parfum dat ik van mijn penvriendin kreeg en dat ik jaren gebruikt heb. Af en toe komt die geur nog eens langs, en dan denk ik aan de logeerpartijtjes die we in de vakantie hadden.

Regen in aantocht ruik ik altijd (dan worden alle geuren in huis sterker), en vorst ruik ik ook (soms dagen van tevoren) en sneeuw ruik ik ook wanneer het komt. Geen weerman voor nodig.
Ik vind de geur van koeiepoep (mest, zeg maar) een van de lekkerste geuren die er is: het ruikt naar het land, boerderij, vroeger, knus.
Een van de lekkerste 'nieuwe' geuren is de geur die ons hondje heeft als ze slaapt. Vreemd genoeg ruikt ze dan naar koekjes. Als ze wakker is ruikt ze neutraal, maar slapend ruikt ze echt heel lekker. Een beetje zoals baby's die naar ... baby ruiken.

Hebben jullie ook (zoveel) geurherinneringen?

Hierbij wil ik twee mensen in het zonnetje zetten die met beperkte middelen ontzettend veel weten te doen. Ten eerste Annemiek van Deursen. Wie het consumindermagazine GENOEG leest zal haar naam herkennen, want veel tips van haar worden in de lezersrubriek geplaatst. Annemiek heeft een consuminderhuis opgericht, en over dat consuminderhuis (waar ze de mensen met financiële problemen niet alleen voedt maar ook leert koken en omgaan met geld) en haar dagelijks leven schrijft zij vier keer per week een nieuwsbrief. Annemiek zelf noemt het bescheiden 'mijmeringen', maar er is echt veel van haar 'mijmeringen' te leren.
Hier vind je de site van haar consuminderhuis, en je kunt je daar ook inschrijven voor de nieuwsbrief. Dat doe je door een vriendelijk mailtje te sturen.

Iemand anders die zich heel veel moeite getroost voor de medemens is Rob met zijn site 'Robs Budgetmenu's'. Sinds hij verlamd raakte heeft Rob het tot zijn taak gemaakt om wekelijks de reclames voor ons uit te pluizen en daarbij de goedkoopste recepten te vinden. Iedere dinsdag stuurt hij een nieuwsbrief met recepten voor een hele week, inclusief een compleet vegetarisch weekmenu. Voor die nieuwsbrief kun je je opgeven. Daarnaast staan op zijn site veel besparende tips voor in de keuken. Je kunt ook zoeken in de gigantische database met goedkope recepten. Als dat niet handig is in deze tijden van bezuinigen en besparen!