Groot onderhoud. Als ik niet beter wist zou ik denken dat de Bouwvereniging het speciaal heeft uitgevonden om mijn uithoudingsvermogen te testen. Een uithoudingsvermogen dat beschamend klein blijkt te zijn voor iemand die bij wijze van ontspanning het SAS-handboek leest.

Na twee weken ernstige overlast (lees: werklieden die, beginnende om 07.15, de hele dag in en uit mijn huis wilden, hevig lawaai en bergen rommel maakten en ons zonder water en stroom opsloten in de woonkamer terwijl we al die tijd geen douche en toilet hadden, en en passant nog even de stroomdraad levensader naar mijn elektrisch fornuis doorzaagden) hoeft er nu alleen nog maar geschilderd worden. Buitenom. Ik, met mijn optimistische instelling, had bedacht dat dat een peuleschilletje zou zijn vergeleken met die twee weken. Want: buiten is niet binnen. En: buiten schilderen veroorzaakt geen WC-stress.
Nou, dat had ik dus verkeerd ingeschat. De schilders blijken van het dommige soort en praten alleen binnensmonds. Om de vijf minuten wordt er aangebeld omdat er een deur dan wel raam open moet, of juist weer dicht, en ik moet alles navragen omdat ze hun woorden niet echt kwijt willen. Een mannetje is vandaag al vier keer geweest om 'een beetje stroom' te vragen mompelen. Telkens voor twee minuten, daarna belt hij weer aan om zijn stekker weer terug te krijgen. 
Net nu de kit-walmen van tussen de verse tegeltjes zijn opgetrokken worden we vergiftigd met verfdampen. En met alle ramen open is het ook niet bijster warm. Waarom doen ze zulke dingen altijd in de winter? Ik heb twee keer eerder een renovatie/groot onderhoud meegemaakt en beide keren zaten we te klappertanden omdat het al half november was. (Ik schrijf dit terwijl een schilder half mijn woonkamer inhangt en in een Fries dialect tegen zijn kompaan buiten praat over appeltjes. Ik ben de onzichtbare vrouw.)
En uiteraard bellen ze telkens net aan als ik denk veilig even op mijn nieuwe maar akelige WC te zitten. Je zou van minder een spastische darm krijgen.
Nu zie ik de rest van de twee weken dat er geschilderd wordt met angst en beven tegemoet. Nog twee weken steigers voor de deur. Twee weken de slaapkamergordijnen dichthouden. De kachel uit. De adem in. 
Ik weet het: ik hoor blij te zijn, want ik heb een gemoderniseerde WC en douche gekregen en het buitenschilderwerk wordt gedaan. 
Maar na opgegroeid te zijn in een schattig boerderijtje dat gedurende achttien jaar verbouwd werd heb ik mijn portie kou, stof, herrie en chemische dampen gewoon wel gehad. Ik wil comfort. Ik wil orde, netheid, warmte. Ik verhuis nog liever dan dat ik in een renovatie/verbouwing/groot onderhoudsmomentje zit.
Wat mij in deze dagen op de been houdt is denken aan mensen in vluchtelingenkampen, want die moeten dag in dag uit in dit soort stress leven. En dan ook nog met duizenden mensen bij elkaar. Dat moet een nachtmerrie zijn. (Zo sprak ik mezelf ook altijd toe als we gingen kamperen; Je kunt dit, want de kindertjes in Afrika zijn er veel slechter aan toe. Wat dat nog met 'plezier' en 'vakantie' te maken had, weet ik eigenlijk ook niet.)
Enfin. Ook dit zal voorbijgaan. Het enige positieve wat het oplevert is een blogpost. Kennelijk is akeligheid de drijfveer die mij tot schrijven aanzet. Dus jullie mogen de Bouwvereniging wel dankbaar zijn.